Two-faced London

Sinds september 2011 woon ik in Londen. Als student internationale politiek aan de London School of Economics heb ik het geluk gekend deze stad op een onbezorgde manier te ontdekken. Zonder financiële zorgen kon ik met vrienden afspreken in de vele pubs die de stad rijk is; hoefde ik me geen zorgen te maken over een dak over m’n hoofd, over eten op de plank.

Voor vele Londenaren is dat wel even anders. Londen is een stad van contrasten. Arm en rijk wonen hier soms op enkele meters van elkaar. Een gloednieuw appartementsgebouw met sjieke lofts staat naast een verkommerde sociale woningblok. Gentrifiede wijken doorspekt met hippe koffiebars – alles organic, weet u wel – lopen naadloos over in grauwe getto’s. Het publiek verandert plots van hippe, iPhone in de hand dragende dertigers, in kliekjes hoodie-dragende twintigers.

Het officiële Londen-verhaal is er één van geslaagde multiculturaliteit. Londen is de stad waar iedereen elkaar respecteert. De ‘London Dream’, titelde een krant enige tijd geleden. Nergens ter wereld leven zoveel nationaliteiten en culturen probleemloos samen. Naast een maatschappelijk walhalla wordt Londen ook voorgesteld als een economisch mirakel. Burgemeester Boris Johnson – Boris voor de vrienden – treedt vaak naar buiten met cijfers die aantonen hoe Groot Brittannië van Londen afhankelijk is; hoe Londen op zichzelf instaat voor 20 % van het Britse BBP; en hoe de rest van het land Londen maar best dankbaar is. Dat zulke uitspraken veel te maken hebben met Boris’ persoonlijke ambities – geruchten doen de ronde dat hij het premierschap ambieert – staat buiten kijf; dat zulke uitspraken desalniettemin veelzeggend zijn, evenzeer.

Achter deze goednieuws-show gaat echter een veel minder rooskleurige werkelijkheid schuil. Nergens in Europa zijn de kosten voor huisvesting zo hoog als in Londen. Tweekamerflats in niet eens zo bijzondere buurten worden verhuurd voor prijzen die de duizend pond per maand vlot overschrijden. Tel daarbij de kost van een metroabonnement – meer dan zeventig pond per maand voor studenten;  meer dan honderd pond voor de rest van de bevolking, en de stijgende voedselkost, en je komt al snel op een totale som die het inkomen van de gemiddelde Londenaar ver overstijgt. Het resultaat laadt zich raden. Steeds meer Londenaren stapelen persoonlijke schulden op; steeds meer mensen worden gedwongen zich steeds verder van het centrum te vestigen; steeds meer mensen verzeilen kortweg in de armoede.

De jeugdwerkloosheid (16 tot 24 jaar oud) in Londen bedraagt bijna 25%. Meer dan honderduizend jongeren – inclusief hooggekwalificeerde jongeren – vinden geen werk. Vandaag pakte de Evening Standard uit met het verhaal van Debo Ajose-Adeogun, een 24-jarige jongeman uit Stratford (de wijk van het Olympische dorp) met een diploma in de architectuur van de universiteit van Birmingham. Sinds hij afgestudeerd is, heeft Debo al meer dan 250 onsuccesvolle sollicitaties achter de rug. De enige jobs die hem aangeboden worden zijn zogenaamde ‘underskilled’ jobs: jobs als ober, kassier, poetsman. Debo is niet alleen. ‘Underemployment’ is een groot probleem in het Londen – en bij uitbreiding het Groot Brittannië – van vandaag.

Tegelijkertijd is Londen de speeltuin van de superrijken van deze wereld. In de wijken in het westen van de stad – Belgravia, Chelsea, Kensington – nemen de huisprijzen astronomische proporties aan. In tijden van mondiale economische onzekerheid wordt Londen door het grootkapitaal beschouwd als een ‘safe haven’. Miljardairs parkeren hun geld in Londen; ze schaffen zich een mooie negentiende eeuwse Georgian mansion aan; laten het huis mooi verzorgen en bezoeken het zo nu en dan. Wandel door de straten van Chelsea en je ontdekt een spookstad. Lege straten met perfect onderhouden huizen.

Wandel verder naar Mayfair en je hebt de kans de world’s biggest spenders tegen het lijf te lopen. Wat de City of London en Wall Street zijn voor de financiële sector, is Bond Street voor de kunst- en luxesector. Tientallen galerijen, kunstdealers en – veilinghuizen,en boetieks trekken vrouwen in bontjassen en djellaba aan. Ferrari’s met Arabische kentekens; Bentley cabrio’s met oude mannen en jonge blondines – je komt het allemaal tegen in Mayfair. Londen, een stad van contrasten. Aan de ene kant van de rivier hokken de rijken van deze wereld samen; aan de andere kant van de rivier vind je de grootste collectie sociale woningen per vierkante kilometer van het land.

Als de ongelijkheid schrijnend is, is de manier waarop de Britse politiek ermee omgaat nog schrijnender. De Britse conservatieve partij heeft zichzelf als missie gesteld het project van Margaret Thatcher te voltooien. In een artikel vandaag gepubliceerd in de Guardian wordt het mooi samengevat: de staat moet fundamenteel verzwakt worden. In Groot Brittannië verliezen per dag meer dan zeshonderd ambtenaren hun werk. In totaal zijn al 270 000 ambtenaren naar huis gestuurd. Sinds het aantreden van de regering Cameron zijn meer dan een miljoen kinderen geboren die in armoede opgroeien. Bibliotheken sluiten; scholen worden geprivatiseerd; het budget voor gezondheidszorg krimpt. Waarom? Om concurrentie te laten spelen. Het centrale dogma van de Britse conservatieven is het blinde geloof in de private sector. Of zoals Ronald Reagan ooit zei: ‘The government is not the solution to our problem; it is the problem.’

China Miéville, jurist internationaal recht en essayschrijver, bracht onlangs een polemiek uit. In een klein boekje getiteld London’s Overthrown schetst hij een beeld van een pre-apocalyptische stad; een stad die de wereld toont waartoe een ver doorgedreven neoliberalisme leiden kan. Londen is een stad waar men het respect heeft verloren voor al wat publiek is. Private rechten – private eigendom; privaat kapitaal – maakt de dag uit in Londen. Zoals Miéville vermeldt: symptomatisch is Paternoster Square – het plein voor de London Stock Exchange. Wat op het eerste zicht een publiek plein lijkt (en wat het in het verleden ook was), is in werkelijkheid privaat terrein. We mogen het plein betreden, maar dat is geenszins ons recht. In Londen wordt zelfs de publieke ruimte geprivatiseerd.

Ik wil geenszins afbreuk doen aan het werk dat dagdagelijks verricht wordt door mensen in de charity sector, of de vele mensen die zich inzetten voor hun lokale bestuur. Het probleem waar Londen mee kampt is een te ver doorgedreven dominantie van de financiële sector. De Britse politiek – weze het in Westminster of in de London City Hall – slaagt er niet in een vuist te maken tegen hun broodheren in de City en in Canary Wharf – dat tweede financiële centrum, gebouwd op de ruines van Londen’s oude haven. De zestiende eeuwse Florentijn Nicolò Machiavelli wist het al: wil je een corrupt politiek bestel vermijden, dan dien je als overheid je boven private belangen te verheffen. In Londen en Groot Brittanië lijkt men deze les vergeten te zijn. Private belangen zijn hier publieke belangen.

Woon een jaar in Londen en je leert veel over de wereld. Dag in dag uit is deze stad een les in het belang van een politiek die ten dienste staat van de man in de straat. De 24-jarige Debo uit Stratford die geen werk vindt; het aan lager wal geraakte gezin uit Hackney; de hangjongeren uit Tottenham; de immigranten ‘zonder status’ in Brixton: zij zijn de vergeten bevolking van Londen. Zij zijn de mensen die niet in beeld komen wanneer men spreekt over de ‘London dream’.

Londen is een geweldige stad. Het is een dynamische metropolis vol met creatieve mensen. Maar het is ook een stad die voor indrukwekkende socio-economische uitdagingen staat. Het valt te hopen dat deze in de komende jaren – mischien na 2014, wanneer er opnieuw verkiezingen zijn? – aangepakt zullen worden.

Advertisements