Over de methode Verhofstadt

Met dank aan de denktank Liberales ben ik vandaag naar het Gentse afgezakt, waar ik op het literair festival Het Betere Boek genoten heb van enkele interessante gesprekken over onderwerpen gaande van internationaal terrorisme (Paul Cliteur en Naima El Bezaz), over de banaliteit van ons bestaan (Herman Brusselmans), tot de toekomst van Europa (Guy Verhofstadt en Hendrik Vos). Het is over dit laatste debat dat ik het even hebben wil.

Onder deskundige leiding van moderator Paul Goossens spraken Guy Verhofstadt – dezer dagen fractieleider van de liberalen in het Europese parlement – en professor Europese politiek Hendrik Vos over het recente boek geschreven door Verhofstadt en diens compagnon de route Daniel Cohn-Bendit (over wie ik in een eerder bericht geschreven heb). Het boek, getiteld Voor Europa!, is een manifest. Het is een programmatorisch boek waarin beide strijdmakkers hun plannen uit de doeken doen om het halfslachtige Europa dat we vandaag kennen om te vormen in een eengemaakt, federaal Europa.

Guy Verhofstadt, een politicus zoals er meer zouden moeten zijn: vol vuur; vol passie. Voluntaristisch wordt hij vaak genoemd. Niet te houden zodra hij zijn lievelingsonderwerp aanboordt: de Verenigde Staten van Europa. Verhofstadt plaatst zich op het puntje van zijn stoel, grijpt de microfoon en laat hem niet meer los. In zijn pleidooi spreekt Verhofstadt van een nieuwe Conventie – naar het model van de Amerikaanse Conventie van Philadelphia – en een pan-Europees referendum. Op die manier kunnen we over de ruggen van Parijs en Berlijn heen dat federale Europa op poten zetten.

Utopisch! antwoorden velen. Noodzakelijk! weerlegt Verhofstadt. De wereld evolueert. De tijd van de natiestaten is voorbij. China en India; dat is de toekomst; die landen, dat zijn beschavingen, geen natiestaten. De wereld is zo groot (want er zijn nieuwe rijken; nieuwe empires die opstaan) en zo klein tegelijk (want we zijn allemaal met elkaar verbonden). Willen we in de toekomst nog meespelen, dan moeten we wel één worden.

Ik heb veel respect voor de missie die Verhofstadt zichzelf uitgeschreven heeft. Hoewel velen vandaag de dag niet akkoord zijn met zijn ideeën, heeft het pleidooi van Verhofstadt in ieder geval het voordeel van de duidelijkheid. Verhofstadt heeft een haarscherp idee van waar Europa heen moet en hij onderbouwt dat idee met verwijzingen naar traditionele constitutionele theorieën rond federalisme, gelardeerd met voorbeelden uit de Amerikaanse geschiedenis. Verhofstadt beschikt over iets wat vele politici lijken te missen: een visie.

Spijtig genoeg zijn er ook zwakke punten in het ‘project Verhofstadt’. Zo is er het probleem dat het postnationalisme waar Verhofstadt zich op beroept een interne paradox met zich meedraagt: in de roep naar een postnationaal Europa zit de droom van een nationaal Europa verscholen. Verhofstadt wil af van de natiestaten om Europa vervolgens om te vormen in een natiestaat. Natiestaten creëren een onderscheid tussen in en out; tussen ons en de Ander. Europa verhelpt dit, beweert Verhofstadt. Maar is er dan geen Ander buiten Europa? Europa opent oude grenzen (binnengrenzen), maar creëert er ook nieuwe (buitengrens).

Maar het zwak punt waar ik het hier over hebben wil is er één van methode. Verhofstadt pleit voor een federaal Europa. Dat Europa moet op poten gezet worden over de ruggen van de natiestaten heen. Verhofstadt is hier heel duidelijk in. Hij verwacht helemaal geen steun voor zijn project vanuit Parijs of Berlijn, laat staan vanuit Londen. Wat we nodig hebben, is een pan-Europese democratie. Die democratie kan best vanuit het Europese parlement gelanceerd worden (wat het belang van transnationale verkiezingslijsten voor Verhofstadt verklaart). Zodra die pan-Europese democratie sterk genoeg is, zal het mogelijk zijn om Parijs en Berlijn voor een voldongen feit te stellen. Van het ‘intergouvernementele’ Europa, waarin de agenda bij unanimiteit bepaald wordt door staats- en regeringsleiders, zullen we zo een forcing kunnen doorvoeren naar beslissingen bij meerderheid.

Nu, het lijkt me vanuit politiek oogpunt niet verstandig een federaal Europa tegen de natiestaten uit te bouwen. Op een gegeven ogenblik maakte Verhofstadt de vergelijking met de Amerikaanse grondwet van 1787. Ook die grondwet, vertelde Verhofstadt, was niet door alle dertien staten goedgekeurd. Zij die de tekst hadden afgekeurd (Rhode Island) werden voor het blok gezet: aanvaard de tekst, of wordt als een buitenlandse mogendheid beschouwd.

De vergelijking met Europa gaat niet op. Terwijl in de jonge Verenigde Staten van Amerika de kleinste lidstaat dwars lag, zijn het in Europa de grootste en machtigste lidstaten die stokken in de wielen steken. Zelfs indien een meerderheid van lidstaten akkoord zou gaan met een grondwet zoals Verhofstadt die voorstelt (iets dat op zichzelf zeer twijfelachtig is), lijkt het me onwaarschijnlijk dat Duitsland en/of Frankrijk gedwongen zouden kunnen worden zulk een tekst te aanvaarden. Ierland (GDP 156 438 miljoen euro) kan je zulk een loer draaien, Duitsland (GDP 2 770 800 miljoen euro) zeer zeker niet.[1]

Dat gezegd zijnde, lijkt het pad naar een federaal Europa willens nillens langs Berlijn en Parijs te zullen lopen. Duitsland en Frankrijk moeten een federaal Europa zelf willen. Zij moeten zelf aan de kar trekken. De aanpak van Verhofstadt, in dat licht, werkt misschien averechts. Door openlijk de natiestaat aan te vallen; door zelfs niet te proberen zich van de steun van Parijs en Berlijn te verzekeren, lijkt Verhofstadt niet alleen belangrijke bondgenoten te verliezen, maar bovendien ook tegenstanders tegen zich in het harnas te jagen. Zolang natiestaten bestaan – en ze bestaan zeer zeker; de eurozone crisis toont dit elke dag opnieuw aan – moeten zij in elke politieke strategie ingecalculeerd worden. Een categorieke afwijzing van de idee zelf van de natiestaat is dan niet zeer behulpzaam; een benadering die de belangrijke rol van de tijd in rekening neemt, des te meer.

Indien de koers van het lot vandaag naar een federaal Europa wijst (en de eurozone crisis lijkt dat toch aan te geven), dan valt er misschien meer te winnen door stap voor stap kleine overwinningen trachten te boeken, zonder veel kabaal, maar wel tastbaar. Concreet: misschien had Verhofstadt, had hij minder hard tegen de schenen van de natiestaten getrapt, vandaag Commissievoorzitter kunnen zijn (een functie die, Jacques Delors indachtig, toch niet geheel zonder invloed is). Of misschien hadden de transnationale lijsten waar Verhofstadt vandaag voor ijvert al werkelijkheid kunnen zijn. Of – wie weet – hadden er vandaag al euro-bonds kunnen bestaan indien deze niet zo gekoppeld waren aan het project van een federaal Europa.

Deze vragen zijn natuurlijk hypothetisch – zoveel andere factoren spelen een rol, maar ik kan me toch niet van de bezorgdheid ontdoen dat Verhofstadt, ondanks zijn inspirerend voluntarisme, misschien kansen mist door zo radicaal de natiestaten aan de kant te willen zetten. Deze aanpak geeft Verhofstadt’s discours een bijwijlen utopisch tintje; iets dat zijn geloofwaardigheid in het publieke debat in landen zoals Frankrijk niet ten goede komt. De natiestaten bestaan, dus hou je er best rekening mee.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s